Geschiedenis

De geschiedenis van de naam Greefhorst

Door Jan Grefhorst

“De Greefhorst” ben ik het eerst tegengekomen in een akte uit 1739, wanneer het door een zekere Hendrik Cornelissen wordt verkocht aan een zekere Wouter Hendriksen. In deze akte staat o.a.het volgende:

“Een erff en goedje van ouds genaemt de Greeffhorst, bestaende in huijs en hoff met een schuijrtje en een bergh mitsgaders hoge en laege landerijen, velden en haegen en houtgewasschen en vordere gereghtigheden daer bij van ouds gehoort hebbende in specie met de halve steegh daer aenleggende, sooverre als het landt en den hoff sigh uijt strekken, ook met het regt van rijden met waegen en peerden als mede van drijven en weijden met peerden, beesten en schaepen op het garderbroeker veldt, voorts met sijn aen uijt wegen, welke daer van ouds bij gebruijkt sijn.”

Dit Garderbroekerveld dat hier wordt genoemd was in vroeger dagen voor een belangrijk deel nog onontgonnen en onverdeeld gebied, met heidevelden en veel meer bos dan er nu is. Als de boeren er vanouds verworven rechten op hadden, mochten ze er hun vee vrij laten grazen.

Hoe “De Greefhorst” in bezit van onze familie kwam.

In de eerste helft van de 18e eeuw leefden er in het Garderbroek drie broers, t.w.: Wouter bartenBeert Barten en Gerrit Barten. Deze broers waren behoorlijk vermogend. Ze bezaten meerdere boerenerven en stukken grond. In de z.g. protocollen van bezwaar, opgemaakt door de schout van Barneveld vinden we verschillende akten waarin staat dat deze drie broers grond en boerenerven kochten. Ook in het z.g. malenboek van het vroegere maalschap Garderen wordt vaak verhaald over verkoop van de opbrengsten van het boerenland door de drie gebroeders. Deze broers kregen ook erf en goed “De Greefhorst” in hun bezit. Ze kregen het echter niet direkt in hadden, maar via een familielid van hun, een zekere Annetje Gerrits, de weduwe van Gijsbert Willemsen. Zij kocht op 21 april 1750 erf en goed “De Greefhorst” van een zekere Rijkjen Arrensen en haar erfgenamen. Rijkjen Arrensen was de weduwe van Jan Theunissen. Dat laatste is interessant, omdat de nazaten van deze Jan Theunissen ook de naam “Greefhorst” hebben aangenomen evenals onze familie. Deze katholieke familie Greefhorst is géén familie van ons, maar voor zover is na te gaan is de naamsovereenkomst alleen gelegen in het feit dat zij uit dezelfde boerderij stammen als onze familie.

Als Annetje Gerrits overlijdt is er het probleem dat haar directe erfgenamenBessel Hendriksen en Claasje Barten zijn overleden en dat hun kinderen nog wettelijk onmondig zijn om de erfenis in ontvangst te nemen. De gebroeders Barten worden dan onder andere als voogd aangesteld, terwijl zij ook mede-erfqenamen zijn. Claasje Barten was n.l. hun zuster. Als zodanig erven de broers dan ook “De Greefhorst”. In deze akte van 1 september 1757 verklaart echter broer Wouter dat hij afstand wenst te doen van de gezamenlijke bezittingen, waarna hij voor 800 gulden door de andere twee broers wordt vrijgekocht. De boerderij “De Greefhorst” is dus nu in bezit van de twee broers, maar eigenlijk is “De Greefhorst” v.a. 1750 in bezit van ons voorgeslacht.

De Greefhorst wordt tussen 1757 en 1763 betrokken door Annetje Beerts, één van de dochters van Beert Barten, en haar man Beert Evertsen. Dan overlijdt Beert Barten en moeten de gezamenlijke eigendommen van de gebroeders Barten -bestaande uit ongeveer 16 stukken grond, 3 huisjes en 2 boerenerven- verdeeld worden onder de erfgenamen. In eerste instantie wordt middels een akte van 14 juni 1763 het gehele gezamenlijke bezit in tweeën gedeeld. Gerrit Barten krijgt de ene helft en de weduwe van Beert Barten –Hilletje Hendriks– de andere helft. Dan komen op 31 januari 1764 Hilletje Hendriks en haar kinderen bij elkaar om de hun toegewezen helft verder te verdelen. Hilletje Hendriks geeft dan al haar bezittingen aan de kinderen, zowel onroerende goederen als inboedel, have en vee. De kinderen betalen haar hiervoor 1050 gulden. Er wordt echter overeengekomen dat, wanneer Hilletje Hendriks zou hertrouwen, zij dan 400 gulden aan haar kinderen terug zal geven.

De Grote- en Kleine Greefhorst

“De Greefhorst” is nu dus in gezamenlijk bezit gekomen van de kinderen van Beert Barten en wordt tot ongeveer 1770 nog steeds bewoond door Beert Evertsen en Annetje Beerts. Tot 1773 wordt in alle akten steeds gesproken over een plaatsje of erfje “De Greefhorst”, niet over een groot boerenerf. Vanaf 1775 wordt echter steeds gesproken over “De grote Greefhorst” en “De kleine Greefhorst”. Het lijkt dus aannemelijk dat tussen 1773 en 1775 één van de twee boerderijen of beide boerderijen zijn gebouwd zoals ze er vandaag de dag nog staan. In een akte van 1775 wordt “De grote Greefhorst” nogmaals genoemd als deze wordt toegewezen aan de drie zusters Caatje Beerts,Annetje Beerts en Klaasje Beerts en hun mannen. Dan overlijdt ook de laatste van de drie broers Gerrit Barten en wordt het gehele nalatenschap opnieuw verdeeld. In een lijvige akte van 6 pagina’s wordt alles op 1 juli 1775 vastgelegd.

De gehele nalatenschap van Gerrit Barten -afgezien van inboedel, have en vee dat later per erfhuis wordt verkocht en verdeeld- wordt vastgesteld op 11.879 gulden. Dit wordt verdeeld onder 8 erfgenamen die dan allemaal een deel krijgen ter waarde van 1350 gulden. “De grote Greefhorst” komt in deze akte niet meer voor omdat die reeds is verdeeld. “De kleine Greefhorst” wordt voor 1/4 deel toegewezen aan Hendrik Beertsen en Caatje Beerts. Het daghuurders huisje waarheen Beert Evertsen en Annetje Beerts inmiddels zijn verhuisd wordt toegewezen aan Jan Meynten en Klaasje Beerts. Beert Evertsen en Annetje Beerts krijgen uit de nalatenschap van Gerrit Barten het minst van allemaal; zij hebben zoveel schulden gemaakt dat er voor hen slechts 347 gulden overblijft.

Op 19 juli 1775 verkopen Beert Evertsen en Annetje Beerts en Jan Meijnten en Klaasje Beerts hun aandeel in “De Grote Greefhorst” aan Hendrik Beertsen en Caatje Beerts, zodat deze laatstgenoemden nu de eigenaren zijn van zowel “De grote Greefhorst” als “De kleine Greefhorst”. Zij verkopen echter “De grote Greefhorst” op 22 oktober 1778 aan een zekere Jan Tuynenberg voor 5000 gulden. “De kleine Greefhorst” blijft voor onbekende tijd in hun bezit, maar dit erf wordt nu bewoond door een zekere Willem Woutersen. Wie er later nog allemaal bezit hebben genomen van de twee Greefhorsten heb ik niet uitgezocht; wel is duidelijk dat het nooit meer in bezit is geweest van het nageslacht van Beert Evertsen en Annetje Beerts. Door de vele boedelscheidingen zijn de vele bezittingen van de gebroeders Barten zo versnipperd, dat er niets van is overgebleven.

[Bron: Geschiedenis van de familie Grefhorst door Jan Grefhorst, oktober 2008]